- Identificatie van het product:
Voor de identificatie van het product moet dezelfde exacte benaming gebruikt worden zowel op het product als op het veiligheidsinformatieblad (MSDS).
- Gevaarlijke producten:
Volgende informatie moet aangegeven worden : de identiteit van alle stoffen in het mengsel die tot de indeling van het mengsel bijdragen. Deze informatie kan eventueel op het etiket vereist worden.
- Gevarenpictogrammen:
Gevarenpictogrammenworden bepaald door de gevarenklassewaartoe het product behoort.
- Signaalwoorden:
De signaalwoorden "gevaar" of "waarschuwing" worden op het etiket vermeld in overeenstemmingmet het gevaar of omaan te duiden dat er een potentieel gevaar is.
- Gevarenaanduidingen:
Korte gestandaardiseerde zinnen (H- en P-Zinnen) signaleren op het etiket alle potentiële risico’s in overeenstemmingmet de gevarenklassewaartoe het product behoort.
- Voorzorgsmaatregelen:
Deze voorzorgsmaatregelen vermelden de te volgen maatregelen om schadelijke effecten tengevolge van een blootstelling aan een schadelijk product te reduceren of te vermijden. Ook de maatregelen in geval van nood en het vereiste beschermingsmateriaal worden vermeld. De EHBO richtlijnen worden eveneens aangegeven.
- Identificatie van de leverancier:
Naam, adres en telefoonnummer van de leverancier.
Algemene eisen aangaande etikettering
Het etiket van de leverancier moet duurzaam zijn en eenvoudig te lezen
zijn.
Indien het etiket verloren zou gaan, beschadigd of onleesbaar zou zijn, moet het product op nieuw geëtiketteerd worden.